Rasstandaard volgens de normen van het SABT
1. ALGEMEEN VOORKOMEN. De Boerboel is een grote, sterke hond. Mannelijke honden moeten een mannelijk voorkomen hebben en vrouwelijke dieren moeten uiteraard vrouwelijk van type zijn. 2. BELANGRIJKE LICHAAMSPROPORTIES. De Boerboel is een perfect uitgebalanceerde hond, met elk lichaamsdeel perfect in proportie. 3. TEMPERAMENT EN KARAKTEREIGENSCHAPPEN. De Boerboel is betrouwbaar, gehoorzaam en intelligent met goede waakhondcapaciteiten. 4. KOP De kop is één van de Boerboel’s voornaamste kenmerken, 5. SCHEDELDAK. Het schedeldak is breed en plat met uitgesproken bespiering. 6. AANGEZICHT. Het aangezicht van de Boerboel moet symmetrisch samensmelten met het hoofd. 6.1 STOP De stop moet zichtbaar maar niet uitgesproken zijn. 6.2 NEUS De neus is zwart met grote, wijd gespreide neusvleugels. 6.3 SNUIT (NEUSRUG) De snuit is recht en vloeit in rechte lijn voort uit de (zichtbare!) stop. De neus is diep, breed en versmalt langs de zijkant lichtjes naar de neuspunt toe. Het neusbeen is tussen de 8 en de 10 cm lang. 6.4 LIPPEN De bovenlip is los en vlezig en hangt niet voorbij de onderkaak. De bovenlip (gedeelte onder de neus) moet de onderlip bedekken. De onderlip is niet overmatig los en vlezig, met andere woorden: 6.5 KAKEN De kaken zijn sterk, diep en breed en versmallen lichtjes naar voren toe. 6.6 TANDEN Het gebit is wit, goed ontwikkeld, correct verdeeld en voltallig met een duidelijke schaarbeet. 6.7 OGEN De kleur van de ogen kan elke schakering van bruin zijn, maar moet donkerder zijn dan 6.8 OREN De oren zijn van middelmatige grootte, V-vormig en in proportie met de rest van het hoofd. 7. NEK 7.1 PROFIEL De nek vormt een duidelijke spierenboog, hoog aangezet bij de schouders. 7.2 LENGTE De nek is van gemiddelde lengte en in proportie met de rest van het lichaam. 7.3 VORM De nek is sterk en gespierd en met een stevige aanhechting aan het hoofd. Deze aanhechting verbreedt zich geleidelijk aan naar de schouders toe. De nek vormt samen met hoofd en schouders een eenheid. 7.4 HUIDPLOOIEN ONDER DE KIN Het vel onder de kin zit in losse plooien, en spant zich naar beneden toe geleidelijk aan tussen 8. LICHAAM Het lichaam van de Boerboel vernauwt lichtjes naar de lende toe. 8.1 TOPLIJN. De toplijn is recht. 8.2 RUG De rug is recht, breed en in verhouding, met uitgesproken rugspieren en een korte lende. 8.3 KRUIS Het kruis is breed en sterk met zeer uitgesproken bespiering. 8.4 BORST De borst is sterk en bespierd. De breedte van de ribbenkas moet in verhouding zijn met de borst. 8.5 STAART De staart moet hoog aangezet zijn. Hij is recht en bij voorkeur kort (3 wervels). 9. VOORHAND De voorhand is sterk en bespierd en in proportie tot de hele hond. 9.1 SCHOUDERS De schouders zijn goed aangehecht, met uitgesproken bespiering en een correcte behoeking. 9.2 BOVENARM De bovenarm heeft een duidelijk zichtbare, goed ontwikkelde bespiering. 9.3 ELLEBOOG De ellebogen zijn parallel aan het lichaam. 9.4 VOORPOTEN De voorpoten zijn dik, sterk en recht met een uitgesproken bespiering. 9.5 VOORSTE KOTEN De voorste koten zijn dik, sterk, van middelbare lengte en een verticale verlenging van de 9.6 VOORVOETEN De voorvoeten zijn breed, goed gekussend, gesloten en balvormig zijn met sterke, 10. ACHTERHAND De achterhand is sterk, stevig en goed gespierd, in verhouding met de rest van de hond en met 10.1 BOVENDIJ De bovendij is breed, diep, goed gevormd en gespierd. 10.2 SECUNDAIRE DIJ De secundaire dij is goed ontwikkeld met uitgeproken bespiering. 10.3 KNIEGEWRICHT Het kniegewricht is sterk en stevig met een correcte behoeking. 10.4 HAK- OF KOOTGEWRICHT Het hakgewricht is sterk en stevig met correcte behoeking. 10.5 HAK (ACHTERSTE KOOT) De koot is relatief kort, sterk en dik, en de achterkoten moeten parallel lopen. 10.6 ACHTERVOETEN De achtervoeten zijn een ietsje kleiner dan de voorvoeten. 11. BEWEGING De beweging van de Boerboel moet gemakkelijk, vloeiend, krachtig en doelgericht zijn, 12. HUID De huid van de Boerboel is dik en los en goed gepigmenteerd met een matige 13. PELS 13.1 De pels van de Boerboel moet kort en glad zijn met een dichte haarbedekking. 13.2 De erkende kleuren zijn geel, vaal, roodbruin, bruin en alle schakeringen van gestroomd. 14. GROOTTE 14.1 REUEN De ideale grootte voor een reu is 66 cm. De grootte mag variëren tussen de 64 cm en de 70 cm 14.2 TEVEN De ideale hoogte voor een teef is 61 cm. De hoogte mag variëren tussen de 59 cm en de 65 cm. 15. ALGEMENE GEZONDHEID Vanwege natuurlijke selectie voldoet de algemene gezondheid van de Boerboel aan een 16. PIGMENTATIE De Boerboel moet een goede pigmentatie hebben, vooral op lichaamsdelen zoals lippen, 17. DISKWALIFIKATIEPUNTEN 17.1 EEN TE GROTE HOND 17.2 EEN TE KLEINE HOND 17.3 OVERMATIGE AGRESSIE 17.4 EEN TE KLEINE EN KARAKTERLOZE KOP 17.5 EEN LEVERKLEURIGE NEUS 17.6 EEN ONDERBEET VAN MEER DAN 1 CM 17.7 EEN DUIDELIJK ZICHTBARE, ERNSTIGE OVERBEET 17.8 EEN SMALLE SNUIT 17.9 EEN LANGE SNUIT 17.10 EEN SCHERPE MUIL 17.11 BLAUWE OGEN 17.12 RECHTOPSTAANDE OREN 17.13 EEN TE SMALLE BORST 17.14 KROMME POTEN 17.15 EEN HOLLE RUG 17.16 ERNSTIG KOEHAKKIG 17.17 SIKKELHAKKEN 17.18 TE RECHTE HAKKEN 17.19 EEN ONHANDIGE, ONGEBALANSEERDE BEWEGING 17.20 EEN WITTE HOND 17.21 EEN ZWARTE HOND 17.22 ENIG TEKEN VAN EEN ANDER RAS 17.23 EEN BONTE HOND MET ONVOLDOENDE PIGMENT EN/OF ZONDER EEN
|
|---|